esgia.eu

Scope 1, 2 en 3: welke moet u aanleveren aan uw afnemer?

Van de drie categorieën in een ESG-vragenlijst haalt u er twee vrijwel altijd uit uw eigen administratie; de derde is voor de meeste MKB-bedrijven niet aan de orde.

Scope 1, 2 en 3: wat vraagt een afnemer eigenlijk?

Als een klant, bank of verzekeraar vraagt naar uw uitstoot in scope 1, 2 en 3, gaat het om drie verschillende bronnen van dezelfde vervuiling. Scope 1 is wat u zelf verbrandt: brandstof in bedrijfswagens, gas voor de verwarming. Scope 2 is de stroom en warmte die u inkoopt bij een energieleverancier. Scope 3 is alles daaromheen: van de grondstoffen die uw leveranciers maken tot het woon-werkverkeer van uw personeel.

Voor de meeste MKB-bedrijven zijn scope 1 en 2 met bestaande stukken in te vullen: de energienota en de brandstofbonnen. Scope 3 is de categorie waar vragenlijsten weleens te ver in doorschieten, en juist die categorie valt voor kleinere leveranciers vaak buiten wat de VSME-standaard vraagt. Hieronder leest u wat elke scope concreet betekent en waar u de cijfers vandaan haalt.

Scope 1: de brandstof die u zelf verstookt

Scope 1 telt de uitstoot van alles wat binnen uw eigen bedrijf verbrandt. Denkt u aan de bedrijfswagens op de rit, een heftruck op diesel, of de cv-ketel in het pand. De bron is meestal simpel: brandstofbonnen, tankpasoverzichten van de leasemaatschappij, of de gasmeterstanden op de energienota. Een liter diesel of een kuub gas wordt met een vaste emissiefactor omgerekend naar CO2-equivalent; die factor staat niet vast voor altijd, maar wordt periodiek herzien met een peildatum.

Voor een installatiebedrijf met een wagenpark is dit meestal de grootste post binnen scope 1. Voor een kantoororganisatie zonder eigen voertuigen kan scope 1 nagenoeg nul zijn, en dat is een geldig antwoord — een vragenlijst vraagt om een cijfer, niet om een minimum.

Scope 2: de stroom en warmte die u inkoopt

Scope 2 gaat over energie die u niet zelf opwekt maar inkoopt: elektriciteit van het net, en soms stadswarmte. De bron hiervoor is de jaarafrekening van uw energieleverancier, waarop het verbruik in kWh staat. Ook hier geldt een emissiefactor, en die verschilt naar gelang u grijze stroom afneemt of een leveringscontract met garanties van oorsprong heeft — dat onderscheid maakt in de uitkomst meer verschil dan de meeste ondernemers verwachten.

Samen dekken scope 1 en 2 voor een gemiddeld MKB-bedrijf het grootste deel van wat een vragenlijst binnen de VSME-standaard vraagt. Beide categorieën zijn te reconstrueren uit stukken die al in de administratie liggen, wat vooral betekent: geen nieuwe meting nodig, wel het bij elkaar zoeken en op de juiste manier omrekenen van bestaande cijfers.

Scope 3: de keten eromheen, en waarom die vaak buiten beeld blijft

Scope 3 omvat de uitstoot in de hele waardeketen: de productie van grondstoffen bij uw leveranciers, transport dat niet door uzelf wordt gereden, het gebruik van uw product door de klant, en het woon-werkverkeer van uw personeel. Dit is verreweg de breedste en meest arbeidsintensieve categorie, en ook de categorie waarover discussie bestaat: een grote afnemer heeft scope 3 vaak wél nodig voor zijn eigen rapportage, en probeert die vraag daarom door te leggen aan leveranciers.

Sinds maart 2026 is daar een grens aan verbonden: een rapportageplichtig bedrijf mag van een leverancier met duizend medewerkers of minder niet meer duurzaamheidsinformatie verlangen dan er in de VSME-standaard staat. Een volledige scope 3-inventarisatie gaat daar in de regel ver bovenuit. Of een specifieke vraag binnen of buiten die grens valt, hangt af van de precieze formulering en van de vraag of uw bedrijf onder de uitzondering valt — dat is iets om per vraag te beoordelen, niet in algemene zin.

Wat als de vragenlijst toch om scope 3 vraagt?

Krijgt u een vraag over scope 3 die verder gaat dan wat u redelijkerwijs kunt onderbouwen, dan is het eerste wat te doen die vraag naast de standaard te leggen voordat u aan het rekenen slaat. per situatie uitgezocht wat wel en niet gevraagd mag worden geeft daar een aanknopingspunt voor. Vaak blijkt dat een deel van de vraag binnen scope 1 of 2 valt en met bestaande stukken te beantwoorden is, terwijl het scope 3-deel weerlegd of afgebakend kan worden richting de afnemer.

Van cijfer naar antwoord

Het werk zit niet in de theorie achter scope 1, 2 en 3, maar in het bij elkaar zoeken van de juiste stukken en het één keer goed vastleggen ervan. Bij esgia.eu bevestigt u zelf wat er uit uw energienota en brandstofbonnen wordt gelezen, en blijft dat dossier staan voor de volgende vragenlijst. Wilt u eerst zien waar uw bedrijf staat, doe dan de gratis quick-scan in een paar vragen, of bekijk hoe de gegevens worden verwerkt via een toelichting op de werkwijze.

Dit artikel is algemene informatie en geen juridisch advies.