Hoe berekent u CO2-uitstoot uit uw energiefactuur?
Uw energiefactuur zelf geeft geen CO2-cijfer. Wat erop staat is verbruik: kilowattuur elektriciteit, kubieke meter gas, soms gigajoule warmte. Om daar een uitstootcijfer van te maken, vermenigvuldigt u dat verbruik met een emissiefactor: een vastgesteld getal dat aangeeft hoeveel CO2 er vrijkomt per eenheid energie. Die factor staat niet op uw factuur, maar in een officiële bron die apart wordt bijgehouden.
De rekenstap zelf is eenvoudig: verbruik keer factor is uitstoot. Het lastige zit in twee andere dingen, namelijk welk verbruik u precies moet meenemen en welke versie van de emissiefactor bij uw situatie hoort. Daarover gaat de rest van dit artikel.
Wat op de factuur staat en wat u nodig hebt
Een jaarafrekening van elektriciteit en gas toont doorgaans het totale verbruik over de afrekenperiode, uitgesplitst naar dag- en nachttarief bij elektriciteit en soms naar warm-water- of kookgasverbruik bij gas. Voor een CO2-berekening telt u die deelposten bij elkaar op tot één jaarverbruik per energiedrager: totaal aantal kilowattuur elektriciteit, totaal aantal kubieke meter gas.
Heeft u meerdere vestigingen of meerdere aansluitingen, dan heeft u per aansluiting een factuur nodig, of een verzamelfactuur waarin de energieleverancier het verbruik per adres uitsplitst. Ontbreekt een deel van het jaar omdat u van leverancier bent gewisseld, dan telt u de verbruiken van beide facturen bij elkaar op, mits de periodes elkaar niet overlappen en samen het hele jaar dekken.
Waar de officiële emissiefactoren vandaan komen
De emissiefactoren die in Nederland worden gehanteerd voor dit soort berekeningen, worden centraal vastgesteld en jaarlijks herzien. Ze hebben een peildatum: de factor die u gebruikt, hoort bij het jaar waarover u rapporteert, niet bij het jaar waarin u de berekening uitvoert. Gebruikt u de factor van een verkeerd jaar, dan klopt de optelsom wel, maar het uitgangspunt niet.
De factoren zelf verschillen per energiedrager en, bij elektriciteit, per manier van inkopen. Voor gas is er doorgaans één factor per kubieke meter aardgas. Voor elektriciteit ligt het genuanceerder, en dat verdient een aparte toelichting.
Elektriciteit: grijze stroom, groene stroom en het onderscheid dat meetelt
Bij elektriciteit maakt het uit of u stroom afneemt zonder herkomstgarantie, of dat u specifiek groene stroom heeft ingekocht met een certificaat dat de herkomst aantoont. Voor grijze stroom geldt een factor die het gemiddelde Nederlandse productiemix weerspiegelt. Voor stroom met een geldig certificaat kan een lagere factor gelden, tot en met een factor die uitgaat van vrijwel geen uitstoot, afhankelijk van wat het certificaat precies dekt.
Of u een certificaat heeft en wat daarop staat, ziet u meestal niet op de energiefactuur zelf maar in een aparte verklaring van uw leverancier. Heeft u die verklaring niet, dan is het uitgangspunt doorgaans de factor voor grijze stroom, ook als uw leverancier zich in de reclame op duurzaamheid profileert.
Gas en overige energiedragers
Voor aardgas is de berekening rechtlijniger: verbruik in kubieke meter maal de vastgestelde factor voor aardgas. Heeft uw bedrijf een eigen bedrijfswagenpark of gebruikt u brandstof voor machines, dan geldt hetzelfde principe maar met andere bewijsstukken: brandstofbonnen of een tankpas-overzicht in plaats van een energiefactuur, en een eigen factor per brandstofsoort. Warmte die u afneemt via een warmtenet werkt weer net iets anders, omdat daar vaak al een deel van de opwekking is verrekend door de leverancier.
Dit betekent dat een volledig overzicht van de CO2-uitstoot van uw bedrijfspand meestal uit meerdere bronnen tegelijk komt: de energiefactuur voor gas en elektriciteit, en losse stukken voor alles wat daarbuiten valt. Welke posten voor uw situatie relevant zijn, hangt af van wat u daadwerkelijk verbruikt en welke vragenlijst u beantwoordt; het overzicht van onderwerpen per situatie geeft daar een startpunt voor.
Wat u met het getal kunt, en wat niet
Het resultaat van deze berekening is een schatting op basis van verbruik, geen gemeten uitstoot. Dat is precies wat de meeste vragenlijsten en de VSME-standaard ook vragen: een berekening volgens een erkende methode, met een bron die u kunt aanwijzen. Het is geen audit en geen assurance, en er bestaat voor dit soort MKB-berekeningen ook geen instantie die ze certificeert of keurt.
Waar de berekening wel gevoelig voor is, is de bron van de factor en het jaar waarop die betrekking heeft. Verandert de vastgestelde factor voor een volgend jaar, dan verandert ook uw uitkomst, zonder dat uw verbruik is gewijzigd. Dat is geen fout in uw berekening, maar een gevolg van een bijgewerkte bron.
Zelf doen of laten vastleggen
De rekensom zelf is voor de meeste bedrijven te overzien: één of twee facturen, een paar brandstofbonnen, en een tabel met factoren erbij. Het werk zit in het bijhouden welke factor bij welk jaar hoort, in het bewaren van de onderliggende stukken voor als dezelfde vraag volgend jaar terugkomt, en in het overzicht houden zodra u meerdere vestigingen of energiedragers heeft.
Op esgia.eu kunt u die stukken vastleggen zodra u ze heeft; het platform koppelt uw verbruik aan de emissiefactor die bij de juiste peildatum hoort, en bewaart het dossier zodat de volgende vragenlijst minder werk kost. Wilt u eerst zien of dit voor uw bedrijf relevant is, dan geeft de gratis quick-scan met een paar vragen een eerste indicatie, en de uitleg over waar de informatie vandaan komt laat zien hoe de bronnen worden bijgehouden. Twijfelt u over een specifiek onderdeel van uw factuur, dan vindt u in de veelgestelde vragen over dossiers en cijfers mogelijk het antwoord al terug.