Begin bij wat u zelf verbruikt, niet bij wat u verwerkt
Voor een bouwbedrijf voelt de vraag naar een CO2-cijfer al snel als een vraag naar het hele project: het beton, het staal, de vrachtwagens van de leverancier. Dat is niet waar u begint. De VSME-standaard, de vrijwillige EU-standaard voor niet-beursgenoteerde MKB-bedrijven, vraagt in de basis eerst naar wat uw eigen bedrijf verbruikt: brandstof voor eigen materieel en bedrijfswagens, en de elektriciteit van kantoor en werkplaats. Dat is het overzicht dat u met de stukken die er al liggen kunt maken.
De volgorde is dus: eigen brandstofverbruik, eigen elektriciteitsverbruik, en pas daarna — als de standaard of de afnemer daar concreet om vraagt — een blik op materiaalgebruik en transport naar de bouwplaats. Wie met die laatste twee begint, raakt verstrikt in cijfers die een leverancier of onderaannemer eigenlijk moet aanleveren, en dat is precies het deel waar veel bouwbedrijven op vastlopen.
Welke facturen legt u eerst naast elkaar
Voor het eerste overzicht heeft u drie soorten stukken nodig. Brandstofbonnen of een tankpas-overzicht voor materieel als kranen, shovels en aggregaten. De energienota van kantoor, loods of werkplaats, met het jaarverbruik in kilowattuur. En, als er bedrijfswagens rijden op diesel of benzine, de brandstofbonnen daarvan apart van het materieel — dat onderscheid maakt het later makkelijker om vragen over wagenpark en vragen over materieel los te beantwoorden.
Deze drie stukken samen geven een verbruik in liters en kilowattuur. Dat verbruik wordt met een vastgestelde emissiefactor omgerekend naar kilo's CO2. Hoe die omrekening precies werkt, en hoe u leest welk cijfer bij welke brandstofsoort hoort, staat uitgewerkt in het artikel over CO2 berekenen uit uw energiefactuur. Dat is de rekenstap; dit artikel gaat over wat u daarnaast nog moet verzamelen voor een bouwbedrijf specifiek.
Materiaalgebruik: wat wel en niet in het eerste overzicht
Beton, staal en hout hebben allemaal een eigen CO2-voetafdruk, en die voetafdruk ontstaat grotendeels bij de fabrikant, niet bij u. In de basisrapportage van de VSME-standaard is dat onderdeel van wat de standaard scope 3 noemt: uitstoot die buiten uw eigen bedrijfsvoering ontstaat, bij leveranciers en onderaannemers. Voor een MKB-bouwbedrijf is dat meestal niet het onderdeel waar u zelf cijfers voor produceert; het is het onderdeel waar u, als een afnemer of bank ernaar vraagt, terugvalt op wat de leverancier van het beton of het staal aanlevert.
Wat u wel zelf kunt vastleggen, is welke hoeveelheden materiaal er in een project zijn verwerkt en van welke leverancier ze kwamen. Dat is geen CO2-cijfer, maar het is de basis waarop een preciezer cijfer later gebouwd kan worden, zodra de leverancier die informatie deelt of de sector daar gezamenlijke kengetallen voor vaststelt.
Transport naar de bouwplaats
Het transport van materiaal naar de bouwplaats zit in dezelfde categorie: het is uitstoot die niet in uw eigen brandstofbonnen staat, omdat een leverancier of transporteur die rit rijdt. Rijdt uw eigen bedrijfswagen materiaal aan met eigen brandstof, dan hoort dat bij uw eigen verbruik en telt het al mee in de eerste stap. Rijdt de leverancier zelf aan, dan is dat in de basis diens uitstoot, niet de uwe.
Het onderscheid tussen wat van uzelf is en wat van de keten is, is precies waar de meeste verwarring ontstaat bij een vragenlijst. Het artikel over scope 1, 2 en 3 en wat u aan uw afnemer aanlevert gaat dieper in op die indeling.
Wat een opdrachtgever daarna kan vragen
Een opdrachtgever, bank of verzekeraar kan vervolgvragen stellen over materiaal en transport, zeker bij grotere projecten. Sinds maart 2026 geldt daarbij een grens: een rapportageplichtige afnemer mag van een leverancier met duizend medewerkers of minder niet meer duurzaamheidsinformatie verlangen dan er in de VSME-standaard staat. Of een specifieke vraag over materiaalherkomst of transportroutes binnen die grens valt, hangt af van hoe de vraag precies geformuleerd is; dat beoordeelt u het beste per vraag, niet op basis van een algemeen gevoel bij de vragenlijst.
Om te zien of een concrete vraag binnen de VSME-standaard valt, kunt u de vraag naast de standaard leggen. Een eerste indicatie van waar uw bedrijf staat, geeft u met een paar vragen die meteen een richting geven.
Vastleggen voor de volgende keer
Of u nu bij de eerste stap blijft — eigen brandstof en stroom — of ook materiaalgebruik en transport in beeld brengt, het overzicht dat u nu opbouwt heeft waarde voor de volgende vragenlijst. Een bank, verzekeraar of nieuwe opdrachtgever stelt vaak grotendeels dezelfde vragen. Hoe zo'n dossier blijft staan en wat daarvoor nodig is, leest u op de pagina over waar de cijfers in het dossier vandaan komen.
Wilt u eerst zien waar uw bedrijf staat voordat u facturen gaat verzamelen? Doe de gratis quick-scan of lees rustig door de onderwerpen — beide zijn zonder account te raadplegen.