esgia.eu

Duurzaamheidsbeleid opstellen voor de installatiebranche: wat zet u op papier?

Een praktisch overzicht van wat in het duurzaamheidsbeleid van een installatiebedrijf hoort: van het wagenpark en materiaalkeuzes tot het werk dat uw monteurs bij de klant op locatie uitvoeren.

Een duurzaamheidsbeleid voor een installatiebedrijf beschrijft de concrete keuzes die u maakt rond het wagenpark, de materialen die u gebruikt en de manier waarop monteurs op locatie werken. Het is geen wettelijk verplicht document op zich, maar vrijwel elke ESG-vragenlijst van een afnemer, bank of verzekeraar vraagt ernaar: niet of u een mooi beleidsstuk heeft, maar of u kunt laten zien welke stappen u zet en waarom.

Voor de installatiebranche draait dat beleid in de praktijk om drie herkenbare onderdelen: het eigen wagenpark en de brandstof die daarin gaat, de materialen en onderdelen die u inkoopt en verwerkt, en het werk dat buiten uw eigen pand plaatsvindt, bij de klant thuis of op het bedrijventerrein. Wie die drie onderdelen op papier heeft staan, beantwoordt het grootste deel van wat een vragenlijst daarover wil weten.

Waarom een installatiebedrijf hiermee te maken krijgt

Installatiebedrijven onderscheiden zich van veel andere MKB-sectoren doordat het primaire werk zich buiten de deur afspeelt. Een kantoor met tien werkplekken heeft relatief weinig te melden over scope 1-uitstoot; een installatiebedrijf met acht bestelbussen die dagelijks naar wisselende locaties rijden, heeft dat wel. Datzelfde geldt voor materialen: leidingwerk, isolatie, warmtepompen en elektrotechnisch materiaal hebben allemaal een herkomst en een verpakking, en daar wordt in een vragenlijst vaker naar gevraagd dan ondernemers verwachten.

Of een specifieke vraag in uw geval ook daadwerkelijk gesteld mag worden, hangt af van de omvang van uw bedrijf en van wat de afnemer rapportageplichtig maakt. Die grens is apart uitgewerkt en wordt hier niet herhaald; relevant voor dit artikel is vooral wat u zelf al kunt vastleggen, los van of een vraag wel of niet gesteld mag worden.

Het wagenpark: wat u vastlegt

Voor het wagenpark beschrijft het beleid welke voertuigen u heeft, op welke brandstof ze rijden en welke keuzes u maakt bij vervanging. Dat is geen ambitieuze tekst over elektrificatie nodig; een feitelijke beschrijving volstaat. Hoeveel bestelbussen en personenauto's rijden er, op diesel, benzine, hybride of elektrisch, en wat is het beleid bij de eerstvolgende vervangingsronde. Brandstofbonnen en leasecontracten zijn hiervoor meestal de bron, en die heeft u al in de administratie staan.

Daarnaast hoort er iets te staan over rijgedrag en onderhoud: plant u routes om onnodige kilometers te beperken, en is er een vast onderhoudsschema dat de levensduur van voertuigen verlengt. Dat zijn concrete, controleerbare punten, geen intenties.

Materialen en inkoop

Bij materialen gaat het om de keuzes die u maakt bij inkoop en verwerking: kiest u, waar dat praktisch kan, voor leveranciers met een milieuverklaring, hoe gaat u om met verpakkingsafval op de bouwplaats, en wat gebeurt er met reststukken leiding, kabel of isolatiemateriaal. Een installatiebedrijf hoeft hier geen volledige ketenanalyse van te maken; het gaat om wat u feitelijk doet en kunt aantonen, bijvoorbeeld via de afvalbonnen van uw verwerker.

Werk op locatie

Het derde onderdeel is vaak het minst voor de hand liggende, maar voor de installatiebranche het belangrijkste: het werk dat bij de klant plaatsvindt. Daarin beschrijft u hoe monteurs materiaal en gereedschap vervoeren, hoe met restmateriaal op locatie wordt omgegaan, en of er afspraken zijn over bijvoorbeeld het laten draaien van een voertuig tijdens een klus. Ook iets over veilig en zorgvuldig werken bij de klant hoort hier logisch thuis, al valt dat net zo goed onder arbeidsomstandigheden als onder duurzaamheid.

Wie het beleid vaststelt en bijhoudt

Een laatste, vaak vergeten onderdeel is simpelweg: wie is er verantwoordelijk voor dit beleid, wanneer is het voor het laatst bijgewerkt, en wie beheert de onderliggende cijfers. Een vragenlijst vraagt daar zelden expliciet naar, maar een stuk dat nooit is bijgewerkt oogt minder geloofwaardig dan een document met een vaste eigenaar en een jaarlijks moment van herziening.

Welke onderdelen van dit beleid specifiek relevant zijn voor uw situatie, hangt af van de omvang van uw bedrijf en van wie de vragenlijst stuurt; een overzicht van de onderwerpen die per situatie zijn uitgewerkt geeft daar een eerste richting in. Twijfelt u of uw bedrijf hier überhaupt mee te maken krijgt, dan laat een korte indicatie in een paar vragen zien waar u ongeveer staat.

De cijfers die bij dit beleid horen, hoeft u niet apart te verzinnen: brandstofbonnen, afvalbonnen en de loonadministratie die u al heeft, vormen de basis. Hoe die gegevens worden verwerkt tot een dossier, staat beschreven op de pagina over hoe de informatie tot stand komt. Voor losse vragen over wat wel en niet in een beleidsstuk hoeft, is het overzicht met veelgestelde vragen vaak een snellere ingang dan opnieuw uitzoeken.

Een duurzaamheidsbeleid op papier is geen eenmalige exercitie die daarna in een la verdwijnt; het is de vastlegging van wat u al doet, aangevuld met wat u van plan bent. Wilt u zien hoe dat er voor uw bedrijf concreet uitziet, begin dan met de gratis quick-scan of blader door de onderwerpen die voor de installatiebranche zijn uitgewerkt.

Dit artikel is algemene informatie en geen juridisch advies.