esgia.eu

ESG-vragenlijst in de installatiebranche: wat wordt er gevraagd?

Een overzicht van de vragen die installatiebedrijven doorgaans krijgen van afnemers, banken of verzekeraars, met het wagenpark, materialen en werk op locatie als kern.

Krijgt u als installatiebedrijf een duurzaamheidsvragenlijst van een opdrachtgever, de bank of de verzekeraar, dan komen bepaalde vragen bijna altijd terug: over uw wagenpark, over de materialen die u verwerkt, en over het werk dat uw monteurs op locatie bij de klant uitvoeren. Dat is niet toevallig. Deze drie onderdelen raken direct aan de uitstoot en het risico dat een grotere afnemer in zijn eigen rapportage moet verwerken, en ze zijn relatief eenvoudig te onderbouwen met stukken die u vermoedelijk al heeft.

De vragenlijst zelf verschilt per afzender, maar de kern is voor installatiebedrijven vaak hetzelfde. Hieronder staat waar u op kunt rekenen, en waar de grens ligt van wat gevraagd mag worden.

Het wagenpark: de meest voorkomende vraag

Bij een installatiebedrijf is het bedrijfswagenpark meestal de grootste directe uitstootpost, en dus ook het onderdeel waar de meeste vragenlijsten mee openen. Gevraagd wordt doorgaans naar het aantal voertuigen, het brandstoftype (diesel, benzine, elektrisch of hybride) en het jaarlijks brandstofverbruik. Dat laatste haalt u meestal uit de facturen van uw brandstofpas of uit de kilometeradministratie als u die al bijhoudt voor de werkgebonden personenmobiliteit. Bedrijven die al onder de bestaande registratieplicht voor werkgebonden personenmobiliteit vallen, hebben dus al een deel van dit werk gedaan; die cijfers zijn met kleine aanpassingen vaak herbruikbaar voor de ESG-vragenlijst.

Materialen en inkoop

Een tweede terugkerend blok gaat over de materialen die u verwerkt: leidingwerk, isolatie, verwarmingsketels, zonnepanelen, kabels. Afnemers vragen vaak of u weet waar deze materialen vandaan komen, of uw leveranciers zelf duurzaamheidsinformatie aanleveren, en soms of u restmateriaal en verpakkingsafval gescheiden afvoert. Voor een klein of middelgroot installatiebedrijf hoeft dit geen uitgebreide ketenanalyse te zijn; de VSME-standaard is voor dit type vraag bewust beperkt gehouden. Wilt u precies weten welk detailniveau bij uw bedrijfsgrootte hoort, dan geeft het overzicht per onderwerp per thema aan wat wel en niet gevraagd mag worden.

Werk op locatie bij de klant

Wat installatiebedrijven onderscheidt van bijvoorbeeld de bouw, is dat een groot deel van het werk niet op een eigen bedrijfsterrein plaatsvindt maar bij de klant thuis of op diens bedrijfslocatie. Vragenlijsten vragen daarom soms naar hoe u reistijd en reisafstand tussen klussen beperkt, of monteurs gezamenlijk vervoer gebruiken, en of er beleid is voor het combineren van ritten. Dit soort vragen raakt aan scope 1 en 2, de directe uitstoot van uw eigen bedrijfsvoering, en is doorgaans goed te onderbouwen met de route- of planningsadministratie die u al gebruikt.

Personeel en veiligheid

Omdat monteurs fysiek werk verrichten, vaak bij derden, komen personeelsvragen in deze sector regelmatig terug: het aantal werknemers, het aantal bedrijfsongevallen, en soms of er een basaal veiligheidsbeleid is voor werk op locatie. Dit zijn meestal cijfers die al in uw loonadministratie of verzuimregistratie staan en die met een korte toelichting compleet zijn.

De grens: wat een afnemer niet mag vragen

Sinds maart 2026 geldt de ketenbepaling: een rapportageplichtig bedrijf mag van een leverancier met duizend medewerkers of minder niet meer verlangen dan wat in de VSME-standaard staat. Voor installatiebedrijven betekent dat concreet dat uitgebreide ketenanalyses van onderaannemers, gedetailleerde CO2-berekeningen per project of jarenlange historische reeksen niet als verplichting mogen worden opgelegd als ze buiten die standaard vallen. Dat is geen vrijbrief om vragen te negeren, maar wel een grond om een nette formulering te gebruiken wanneer een vraag verder gaat dan wat gevraagd mag worden.

Hoe u dit in de praktijk aanpakt

De meeste installatiebedrijven die voor het eerst zo'n vragenlijst krijgen, herkennen zich in bovenstaande vragen zonder dat ze al weten welke antwoorden ze precies moeten geven en uit welk document. Een korte check laat vaak al zien welk deel van de vragenlijst met bestaande stukken te beantwoorden is en welk deel misschien buiten de standaard valt. Met de quick-scan van vijf vragen ziet u dat binnen een paar minuten, zonder dat u een account hoeft aan te maken. Wilt u eerst weten waar de gegevens in het dossier vandaan komen en hoe herleidbaarheid geregeld is, dan legt de pagina over de werkwijze dat stap voor stap uit.

Wie na de eerste vragenlijst ook wil weten wat een volgende ronde sneller maakt, of wat er gebeurt als een emissiefactor of de standaard zelf wijzigt, vindt dat terug bij de veelgestelde vragen over het dossier.

Dit artikel is algemene informatie en geen juridisch advies.