esgia.eu

CO2 berekenen in de installatiebranche: waar begint u?

Een praktische eerste stap voor installatiebedrijven die hun CO2-uitstoot moeten berekenen: welke facturen u nodig hebt en hoe u wagenpark, materialen en werk op locatie meeneemt.

Waar begint u als installatiebedrijf

U begint bij de facturen die al in uw administratie liggen: de energienota van uw bedrijfspand, de brandstofbonnen of tankpas-overzichten van uw bedrijfswagens, en eventueel een leasecontract waarin het brandstoftype en de kilometerstand staan. Uit die stukken volgt het grootste deel van uw directe uitstoot. Voor een installatiebedrijf komt daar iets bij dat in kantoorbranches geen rol speelt: de verplaatsingen naar klanten en het materiaal dat u inkoopt om te verwerken.

Een CO2-berekening telt niet alles even zwaar mee en niet alles hoort in uw eigen cijfer thuis. Wat u zelf verbruikt — gas voor het pand, brandstof voor eigen voertuigen, elektriciteit die u inkoopt — telt het directst mee. Wat anderen in de keten verbruiken, zoals de fabricage van het materiaal dat u verwerkt, wordt anders behandeld en is vaak (nog) niet wat een afnemer van een kleiner bedrijf mag vragen.

Het wagenpark: de grootste post bij de meeste installateurs

Voor de meeste installatiebedrijven zit het grootste deel van de eigen uitstoot in het wagenpark: bestelbussen, servicewagens, soms een enkele vrachtwagen voor materiaaltransport. De bron hiervoor is simpel: brandstofbonnen, tankpasoverzichten of facturen van de leasemaatschappij. Daaruit haalt u het aantal liters diesel of benzine per jaar, of bij elektrische voertuigen de geladen kWh. Rijdt een deel van het wagenpark op lease met een vast brandstofbudget, dan staat het verbruik meestal per kwartaal op de tankpasfactuur.

Belangrijk is dat u hier geen schatting maakt op basis van kilometers alleen, tenzij dat de enige bron is die u heeft. Een brandstofbon is nauwkeuriger dan een geschat verbruik per kilometer, en de ondernemer bevestigt zelf wat er uit de bon is gelezen voordat het in een dossier komt te staan.

Materialen: wat wel en niet in uw eigen berekening hoort

Installatiebedrijven verwerken leidingwerk, kabels, platen, pompen en apparatuur die elders zijn gemaakt. De uitstoot van die fabricage hoort niet in uw directe cijfer (scope 1 en 2), maar in de bredere keten eromheen. Of en hoe gedetailleerd u dat moet aanleveren, hangt af van wat de vrijwillige standaard voor kleinere bedrijven vraagt, en dat is precies waar de grens ligt tussen wat een afnemer mag vragen en wat niet. Een capcheck van de vragenlijst die u ontving, laat per vraag zien of die binnen die grens valt.

Wat voor materialen wél vaak nuttig is om apart te houden: inkoopfacturen van grote posten zoals warmtepompen, zonnepanelen of specifiek installatiemateriaal. Niet omdat elke vragenlijst daarom vraagt, maar omdat het dossier dat u nu opbouwt, bij een volgende vragenlijst opnieuw bruikbaar is.

Werk op locatie: waar het vaak misgaat

Een deel van uw medewerkers werkt niet op kantoor maar bij de klant: monteren, onderhouden, storingen verhelpen. De brandstof voor de rit naar de klant valt onder het wagenpark en zit al in de brandstofbonnen. Wat vaker over het hoofd wordt gezien, is energie die ter plaatse wordt gebruikt — een aggregaat, een compressor, gereedschap dat op de bouwplaats wordt aangesloten op de stroomvoorziening van de klant. Dat laatste telt doorgaans niet mee in uw eigen cijfer, omdat het verbruik en de factuur bij de klant liggen, niet bij u.

Houdt u zelf een aggregaat of mobiele stroomvoorziening aan, dan is het brandstofverbruik daarvan wél uw eigen post en hoort het bij het wagenpark of bij een aparte regel materieel, afhankelijk van hoe u het apart kunt onderscheiden in uw administratie.

Van facturen naar een eerste cijfer

De omrekening van liters brandstof of kWh naar een CO2-cijfer gebeurt met vastgestelde emissiefactoren die per peildatum worden bijgewerkt. U hoeft die factoren niet zelf op te zoeken of bij te houden; dat is precies het werk dat achter een dossier zit. Wat u wel zelf doet, is de bron aanleveren en bevestigen: deze bon, dit verbruik, deze periode.

Op onderwerpen per branche en situatie ziet u welke stukken voor de installatiebranche specifiek worden gevraagd, naast de algemene lijst van energienota, brandstofbonnen en loonadministratie. Wilt u eerst weten of de vragenlijst die u kreeg überhaupt binnen de grens valt die sinds maart 2026 geldt, dan leest u dat terug bij de veelgestelde vragen, of u bekijkt hoe het dossier wordt opgebouwd voordat u ergens mee begint.

Een eerste indicatie van waar uw bedrijf staat, zonder iets in te vullen, krijgt u met de quick-scan.

Doe de gratis quick-scan van een paar vragen of lees eerst de antwoorden op de meest gestelde vragen om te zien of en wanneer dit voor uw bedrijf speelt.

Dit artikel is algemene informatie en geen juridisch advies.