Voor scope 1 heeft een transportbedrijf de brandstof nodig die het zelf tankt of laat tanken voor eigen voertuigen: diesel, benzine, LPG of AdBlue-gerelateerde verbruiksgegevens vallen hieronder. Voor scope 2 gaat het om het elektriciteitsverbruik van het pand, het laadpunt op de eigen locatie en eventuele elektrische voertuigen die op eigen stroom laden. Dat is de kern van wat u zelf hoeft aan te leveren; uitbesteed vervoer door een andere vervoerder valt in een andere categorie en hoeft u meestal niet zelf te berekenen.
De reden dat juist deze twee categorieën vaak terugkomen in een ESG-vragenlijst is simpel: het zijn de emissies waar u als bedrijf directe controle over heeft. Scope 1 is wat er uit uw eigen uitlaat komt, scope 2 is de stroom die u inkoopt. Beide zijn te herleiden uit stukken die er al liggen: brandstofbonnen, een tankpas-overzicht en de energienota.
Wat scope 1 en 2 precies inhouden
Scope 1 omvat alle directe uitstoot van bronnen die het bedrijf zelf bezit of aanstuurt. Voor een transportbedrijf zijn dat vrijwel altijd de eigen vrachtwagens, bestelbussen en eventueel een verwarmingsinstallatie op het depot die op gas draait. Scope 2 gaat over de indirecte uitstoot die ontstaat bij het opwekken van de elektriciteit die u inkoopt, ook als die groen wordt geleverd. De VSME-standaard beschrijft deze twee categorieën als de basisgegevens die een niet-beursgenoteerd MKB-bedrijf kan aanleveren; wie de standaard zelf wil nalezen, vindt de tekst op EUR-Lex.
Brandstof: de basis van scope 1
Voor de meeste vervoersbedrijven is brandstof verreweg de grootste post. Bruikbare bronnen zijn de facturen van de brandstofleverancier, het tankpas-overzicht per kenteken en, bij een eigen tankinstallatie, de leveringsbonnen van de brandstofhandel. Belangrijk is het onderscheid tussen liters en het type brandstof: diesel, benzine en LPG hebben elk een eigen emissiefactor, en die factoren worden vastgesteld met een peildatum die kan wijzigen. Zodra u de liters per brandstofsoort heeft, is de rest rekenwerk met de geldende factor.
Elektriciteit en scope 2
Scope 2 is doorgaans eenvoudiger te achterhalen: de jaarnota van de energieleverancier laat het totale verbruik in kilowattuur zien, vaak uitgesplitst per aansluiting als u meerdere locaties heeft. Heeft u zonnepanelen, dan telt alleen het van het net afgenomen verbruik mee voor scope 2; wat u zelf opwekt en verbruikt, valt daarbuiten. Bij elektrische voertuigen die op het bedrijfsterrein laden, hoort dat laadverbruik ook bij scope 2, niet bij scope 1.
Eigen wagenpark versus uitbesteed vervoer
Hier zit het onderscheid dat voor transportbedrijven het meest verwarrend is. Een vrachtwagen die u zelf bezit of least en zelf bemant, valt onder scope 1. Een rit die u uitbesteedt aan een andere vervoerder, valt niet onder uw eigen scope 1 of 2 — die uitstoot hoort bij de partij die de brandstof daadwerkelijk verbruikt. Voor uw eigen rapportage betekent dit dat u zich in eerste instantie kunt beperken tot het eigen wagenpark, en dat uitbesteed vervoer een aparte categorie is die niet standaard door de VSME wordt gevraagd van kleinere leveranciers. Een afnemer die toch gedetailleerde cijfers over uw onderaannemers eist, vraagt mogelijk meer dan de standaard voorschrijft; wat daarin wel en niet mag, leest u terug in het overzicht van onderwerpen per sector.
Wat u niet zelf hoeft te berekenen
De emissiefactor zelf — het getal waarmee liters of kilowattuur wordt omgerekend naar CO2 — hoeft u niet zelf op te zoeken of te beoordelen. Die factoren worden centraal vastgesteld met een peildatum, en een wijziging daarin kan invloed hebben op een dossier dat al staat. Bij twijfel over welke factor van toepassing is op uw situatie, is de vastgestelde lijst de bron, niet een schatting.
Waar u de cijfers vandaan haalt
Voor de meeste transportbedrijven volstaan drie stukken: het brandstofoverzicht per kenteken of tankpas, de jaarafrekening van de energieleverancier, en eventueel een leasecontract waaruit blijkt welke voertuigen op naam van het bedrijf staan. Met een paar vragen ziet u meteen waar u staat, en hier leest u waar de cijfers in het dossier vandaan komen. Een dossier dat eenmaal is opgebouwd, blijft staan voor de volgende vragenlijst.
Wilt u eerst weten of dit voor uw bedrijf van toepassing is, of gewoon zien welke cijfers concreet nodig zijn? Doe de gratis quick-scan of lees de onderwerpen die bij uw sector horen — zonder dat u daarvoor een account nodig heeft.